ChatGPT gebruiken om een tekst te herschrijven. Copilot vragen om een vergadering samen te vatten. Een beleidsnota laten analyseren. AI maakt steeds meer deel uit van de dagelijkse werking van lokale besturen.
Maar medewerkers een tool ter beschikking stellen, is niet genoeg. De Europese AI Act verplicht organisaties die AI-systemen gebruiken om maatregelen te nemen rond de AI-geletterdheid van hun medewerkers. En dat gaat over veel meer dan weten hoe je een goede prompt schrijft.
Stephanie De Clercq begeleidt voor MONDEA publieke en non-profitorganisaties rond AI-geletterdheid en AI-beleid. Ze combineert daarbij haar ervaring als ICT-coördinator bij lokaal bestuur Londerzeel met haar achtergrond in onderwijs en digitale transformatie. We vroegen haar wat AI-geletterdheid precies betekent, waarom het belangrijk is en hoe organisaties ermee aan de slag kunnen.
Stephanie, eerst even de essentie. Is werken aan AI-geletterdheid vandaag eigenlijk verplicht?
“Ja. En ik denk dat nog lang niet elke organisatie zich daarvan bewust is. Artikel 4 van de Europese AI Act verplicht organisaties die AI-systemen gebruiken om maatregelen te nemen om de AI-geletterdheid van hun medewerkers te ontwikkelen.
Maar daar zit meteen een belangrijke nuance bij. De wet zegt niet: laat iedereen drie uur opleiding volgen, geef hen daarna een attest en dan ben je in orde. De AI Act zegt wél dat je rekening moet houden met je medewerkers, hun kennis en ervaring, de AI-systemen die je gebruikt en de risico’s die daarmee gepaard gaan.
Dat vind ik eigenlijk heel logisch. Iemand van de groendienst die af en toe AI gebruikt, heeft andere kennis nodig dan een beleidsmedewerker die dossiers laat analyseren of een HR-medewerker die met persoonsgegevens werkt.”
Veel organisaties denken bij AI-geletterdheid spontaan aan een opleiding ChatGPT of Copilot. Is dat voldoende?
“Nee. Knoppenkennis is nog geen AI-geletterdheid.
Natuurlijk leren we mensen hoe ze generatieve AI praktisch kunnen gebruiken. Prompten hoort daarbij. Maar ik vind het minstens even belangrijk dat iemand begrijpt waarom een AI-systeem soms iets verzint, wat bias is, welke informatie je beter niet invoert en waarom je output altijd kritisch moet beoordelen.
Bovendien is AI veel breder dan ChatGPT of Copilot. Ook dat is soms een blinde vlek: de AI Act spreekt over AI-systemen, niet alleen over generatieve AI. Denk aan een chatbot op je website, slimme camera’s, software die cv’s voorsorteert, spraakherkenning die notulen uitschrijft of een toepassing die dossiers classificeert of risico’s inschat.
Net daar zit een belangrijk aandachtspunt. Bij ChatGPT weet je dat je met AI werkt. Maar wanneer AI ingebouwd zit in een toepassing die je elke dag gebruikt, zie je soms alleen een suggestie op je scherm. Dan is de verleiding groot om die gewoon over te nemen zonder je nog af te vragen hoe die tot stand kwam.
Een medewerker die perfect kan prompten maar AI-output klakkeloos overneemt, is voor mij dus niet AI-geletterd.”
Waarom is dat voor de publieke en non-profitsector extra belangrijk?
“Omdat lokale besturen dagelijks werken met gevoelige informatie en beslissingen nemen die een impact hebben op mensen.
Een fout in een vrijblijvende brainstorm is vervelend. Een fout in communicatie naar een burger, een analyse van een dossier of informatie over een cliënt kan een heel andere impact hebben.
Het doel is niet om medewerkers bang te maken van AI, maar om hen te leren waar ze alert voor moeten zijn. In Londerzeel kregen we tijdens een opleiding toevallig een perfecte demonstratie. We lieten AI antwoorden op een fictieve klachtenbrief van een burger over parkeerbeleid. Het systeem verzon plots informatie over ontslagen bij de gemeente en betalend parkeren. Compleet fout, maar wel heel overtuigend geformuleerd.”
Betekent dat dat iedereen binnen de organisatie dezelfde basisopleiding moet krijgen?
“Een gedeelde basis is belangrijk. Maar dezelfde opleiding voor iedereen? Daar geloof ik veel minder in.
Het verschil tussen medewerkers is ondertussen enorm. Sommige mensen hebben een AI-tool nog nooit geopend. Anderen bouwen al agents of gebruiken AI elke dag. Geef die verschillende profielen dezelfde opleiding en voor de ene gaat het te snel, terwijl de andere afhaakt omdat die de basis al beheerst.
Daarom werken we liever gedifferentieerd: bijvoorbeeld met starters, gebruikers en gevorderde gebruikers. En ook binnen die groepen kijken we naar de job. Een communicatiemedewerker heeft andere voorbeelden nodig dan iemand van omgeving, HR of een sociale dienst.”
Hoe ziet zo’n opleiding er dan concreet uit?
“Zo weinig mogelijk abstracte technologie en zo veel mogelijk herkenbare situaties.
Vaak start dat bij persoonlijke productiviteit: een nota structureren, een brief herschrijven, een vergadering samenvatten of een eerste analyse maken. Maar daar mag het niet stoppen. De volgende stap is kijken naar processen: waar verliezen we tijd, waar zit repetitief werk en waar kan AI echt iets verbeteren?
Tijdens zo’n sessie nemen we daarom liever een concreet proces als casus dan dat we een lijst met AI-mogelijkheden overlopen. We tekenen het proces uit, zoeken waar het wringt en bekijken dan of en hoe AI daar een oplossing kan bieden. Ook dát is AI-geletterdheid: niet alleen een tool kunnen gebruiken, maar herkennen waar AI binnen je organisatie echt meerwaarde heeft.”
Waarin verschilt de aanpak van MONDEA van een klassieke AI-opleiding?
“Wij willen niet binnenkomen, twintig slimme prompts tonen en daarna weer vertrekken. De echte vraag is: hoe zorgen we ervoor dat mensen AI veilig, kritisch én nuttig inzetten binnen de werking van hun organisatie?
Dat betekent dat je soms verder moet gaan dan opleiding. Je hebt duidelijke spelregels nodig. Misschien een interne werkgroep of ambassadeurs. Je moet nadenken over governance, verantwoordelijkheden en welke toepassingen je wel of niet wilt stimuleren.
Een opleiding kan een belangrijke stap zijn om te werken aan AI-geletterdheid. Maar idealiter maakt die deel uit van een ruimer organisatieverhaal.”
Wat raad je een lokaal bestuur aan dat hier nog nauwelijks mee gestart is?
“Maak het niet groter dan nodig, maar stel het ook niet uit.
Kijk eerst welke AI vandaag al gebruikt wordt. Denk na over de belangrijkste afspraken. Bepaal wie beslissingen neemt. En ga aan de slag met de AI-geletterdheid van je medewerkers.
Je hoeft niet te wachten tot je volledige AI-beleid af is. Technologie verandert zo snel dat ‘we beginnen zodra alles op punt staat’ in de praktijk vaak betekent dat je nooit begint.
En vooral: behandel AI-geletterdheid niet als een vinkje voor de AI Act. Zo verklein je niet alleen de risico’s, maar help je medewerkers ook om beter te zien waar AI hen echt kan ondersteunen.”


