Een ruimtelijk beleidsplan bepaalt hoe een stad of gemeente haar ruimte de komende decennia wil ontwikkelen. Maar hoe pak je zo’n traject aan? En hoe zorg je ervoor dat het beleidsplan ook richting geeft aan toekomstige keuzes? Mondeanen en consultants omgeving Veerle Ribus, Pim Van Reempts en Filip Canfyn delen hun ervaring.
Wat is een ruimtelijk beleidsplan eigenlijk?
Veerle: “Een ruimtelijk beleidsplan beschrijft hoe een stad of gemeente haar volledige grondgebied op lange termijn wil ontwikkelen. Vaak ligt de planhorizon rond 2050. Het plan geeft richting aan keuzes over wonen, mobiliteit, bedrijvigheid, open ruimte en klimaat. Denk bijvoorbeeld aan de vraag waar een gemeente nog wil verdichten of hoe ze open ruimte wil beschermen.”
Pim: “Zo’n plan bestaat uit verschillende onderdelen. De strategische visie beschrijft waar de gemeente naartoe wil. Vervolgens werk je die strategische visie uit in beleidskaders. Dan vertaal je de ambities naar acties op korte, middellange en lange termijn in je transitie-agenda.”
Filip: “Wat een ruimtelijk beleidsplan vooral niet doet, is een pasklaar antwoord geven op elk ruimtelijk vraagstuk. Het zet wel de koers uit voor het ruimtelijk beleid en vormt zo een duidelijk afwegingskader voor toekomstige projecten en investeringen. Vanuit die visie kan een lokaal bestuur vervolgens andere instrumenten inzetten om het beleid verder te concretiseren.”
Hoe begeleiden jullie lokale besturen bij de opmaak van een ruimtelijk beleidsplan?
Pim: “We vertrekken nooit vanuit een standaardmodel. Elke gemeente heeft een eigen identiteit, specifieke uitdagingen en ambities. Daarom starten we altijd vanuit het DNA van de gemeente én de organisatie. We brengen de bestaande ruimtelijke context in kaart, analyseren de uitdagingen en bekijken welke keuzes nodig zijn om de ambities van het bestuur waar te maken.”
Veerle: “Dat doen we echt schouder aan schouder met het bestuur en de medewerkers. Door nauw samen te werken met de mensen op de werkvloer krijgen we zicht op wat er leeft binnen de organisatie en wat haalbaar is in de praktijk. Vanuit die kennis bouwen we samen een strategische visie op en vertalen we die naar beleidskaders voor specifieke thema’s of deelgebieden. We kijken daarbij ook hoe de beleidskeuzes aansluiten bij het meerjarenplan en waar kansen liggen om beleidsdomeinen beter met elkaar te verbinden.”
Filip: “Na de opmaak volgt de formele goedkeuringsprocedure, maar daar stopt ons verhaal niet. Onze meerwaarde ligt net in de vertaalslag van visie naar praktijk, zodat het beleidsplan niet op papier blijft, maar een instrument wordt waarmee een lokaal bestuur aan de slag kan.”
Hoe zorg je ervoor dat een ruimtelijk beleidsplan ook echt gebruikt wordt?
Veerle: “Een ruimtelijk beleidsplan moet een kompas blijven voor toekomstige ruimtelijke keuzes. Daarom denken we tijdens de opmaak al na over hoe beleidskaders gebruikt kunnen worden bij projecten, vergunningen en investeringen.”
Pim: “De transitie-agenda helpt om de langetermijnvisie stap voor stap te realiseren. Ze vertaalt de strategische keuzes naar haalbare acties op korte, middellange en lange termijn.”
Filip: “Na de goedkeuring begint een nieuwe fase: de uitvoering. Dan vertaal je het beleidsplan naar concrete acties en blijf je het afstemmen op de werking van de organisatie en het meerjarenplan.”
Welk advies geven jullie aan besturen die vandaag willen starten?
Veerle: “Begin niet met het schrijven van een beleidsplan, maar met het organiseren van het traject. Dat vormt de basis voor alle keuzes die volgen. Stem met bestuur, management en diensten af welke ambities je wil realiseren en hoe je die samen wil aanpakken.”
Filip: “Vertrek vanuit de eigenheid van je gemeente. Breng niet alleen de ruimtelijke uitdagingen in kaart, maar ook de mogelijkheden van je organisatie. Zo maak je keuzes die aansluiten bij je eigen context.”
Pim: “Verlies de uitvoering niet uit het oog. Je beleidsplan krijgt pas waarde wanneer het ook gebruikt wordt bij projecten en investeringen.”


