Met het BOA-decreet staan lokale besturen en BKO-teams voor een stevige uitdaging: kwaliteitsvol en inclusief werken, en tegelijk de werking werkbaar en duurzaam organiseren. Pedagogische coaching is daarbij een belangrijke hefboom: het is praktijkgerichte begeleiding op de werkvloer die teams helpt om te reflecteren, bij te sturen en te groeien in hun aanpak. Zo ondersteunt coaching teams om rollen, samenwerking en pedagogische kwaliteit verder te ontwikkelen en BOA-doelstellingen concreet te vertalen naar de dagelijkse praktijk.
Toch leven er heel wat misvattingen rond pedagogisch coaching. We gingen met deze misvattingen langs bij experte Nicole Vandeborne (Enigmo Advice). Zij ontkracht ze één voor één.
Mythe 1: “Coaching is vooral voor wie niet goed functioneert.”
Nicole: “Deze aanname is hardnekkig, maar niet correct. Coaching is er voor iedereen die wil groeien: starters en ervaren medewerkers, individuele begeleiders en teams. Het is geen “reparatietool”, maar een ontwikkelingsinstrument dat talenten versterkt en helpt om uitdagingen sneller en slimmer aan te pakken.”
Mythe 2: “Coaching is controle: iemand komt evalueren of inspecteren.”
“Een coach is geen inspecteur en beoordeelt niet. Coaching is ondersteuning: samen reflecteren, inzicht krijgen in wat werkt (en wat niet), en competenties en zelfvertrouwen versterken.”
Mythe 3: “Een coach komt voltijds meekijken op de werkvloer.”
“Coaching is tijdelijk, maar doelgericht. Het gaat niet om continu aanwezig zijn, maar om geplande momenten die passen bij de realiteit van de opvang. Afhankelijk van de nood kan dat observatie, reflectie, teamgesprekken of het uitwerken van concrete acties zijn.”
Mythe 4: “Coaching is extra werk bovenop een volle planning.”
“Op korte termijn vraagt coaching tijd. Maar goede coaching ontlast op lange termijn: het helpt teams efficiënter werken, prioriteiten stellen, duidelijke afspraken maken en terugkerende frustraties verminderen. De aanpak zit zoveel mogelijk geïntegreerd in de praktijk, zodat het geen “extra project” wordt.”
Mythe 5: “Coaching gaat alleen over pedagogiek, niet over organisatie of samenwerking.”
“Pedagogische coaching gaat zeker over pedagogisch handelen, maar raakt vaak ook aan rollen, samenwerking, communicatie, organisatie en teamprocessen. Want kwaliteit ontstaat niet alleen in de interactie met kinderen, maar ook in hoe een team samenwerkt en afspraken draagt.”
Mythe 6: “Als de structuur of het beleid nog niet op orde is, heeft coaching geen zin.”
“Net dan kan coaching veel betekenen. Wanneer rollen, processen of verwachtingen onduidelijk zijn, ontstaat ruis. Coaching helpt om helderheid te creëren: wat is onze opdracht, wie doet wat, welke afspraken zijn nodig, en wat vraagt dit van het team én de organisatie?”
Mythe 7: “Coaching werkt niet in teams met verschillende locaties, uren of profielen.”
“BKO-teams zijn vaak divers en gespreid. Maar coaching is flexibel: met combinaties van teammomenten, kleinere deelgroepen, individuele gesprekken, online check-ins of locatiegerichte ondersteuning. Doel: verbinding creëren en werkbare afspraken voor iedereen.”
Mythe 8: “Coaching is vaag: je voelt het niet concreet in de praktijk.”
“Coaching is pas waardevol als het leidt tot concrete stappen. Daarom werken trajecten met duidelijke doelen, afspraken, actiepunten en opvolging. We leggen geen abstracte theorieën voor, maar werken met inzichten vanop de werkvloer. Zo stellen we haalbare acties voor die ook echt landen in je team en zichtbaar worden in het dagelijks handelen.”
Coaching is een versneller, geen noodgreep
“Pedagogische coaching is geen ‘laatste redmiddel’, maar een versneller. Het helpt teams om sterker te staan in hun rol, om kwaliteit werkbaar te maken en om BOA-uitdagingen met meer rust en richting aan te pakken.”


