Complexe infrastructuurprojecten raken aan meer dan de werf alleen. Ze beïnvloeden mobiliteit, leefbaarheid, publieke ruimte, vergunningen en dienstverlening. Voor lokale besturen brengt dat veel druk mee, zeker wanneer een project de schaal van één gemeente overstijgt.
Lokale besturen staan daardoor voor een moeilijke evenwichtsoefening. Ze moeten grote projecten mee opvolgen en tegelijk de leefbaarheid, dienstverlening en bereikbaarheid voor inwoners blijven bewaken. Dat vraagt vaak extra expertise, capaciteit en structuur. Daarom ondersteunen onze experten publieke organisaties in zulke trajecten. Dat deden ze onder meer binnen de Oosterweelverbinding in Antwerpen en de Noord-Zuidverbinding in Houthalen-Helchteren.
Oosterweelverbinding: Mondeaan Peggy de Wit over structuur in een vergunningstraject van uitzonderlijke schaal
Peggy: “Wat mij vooral is bijgebleven, is de enorme schaal van het geheel. Het project Oosterweelverbinding is een langlopende werf en bestaat – gespreid over een tijdsspanne van 20 jaar – uit een opeenvolging van grote en complexe omgevingsvergunningsaanvragen voor infrastructuurwerken en de eraan verbonden werven. Nieuwe aanvragen wijzigden soms eerdere vergunningen. Daardoor moesten we telkens teruggrijpen naar oudere dossiers om het volledige plaatje te blijven begrijpen.
Ook de hoeveelheid informatie was uitzonderlijk. Bij een klassiek bouwproject werk je misschien met enkele tientallen plannen. Hier ging het vaak over 400 tot 500 plandelen tegelijk. En toch blijven de deadlines dezelfde als bij een gewoon dossier. Dan moet je anders organiseren. Je kan zo’n dossier niet tussendoor behandelen. Je moet het de tijd geven die het verdient.
Om het overzicht te bewaren, hadden we een duidelijk systeem nodig. We werkten met taakverdelingen, gedeelde opvolging en vaste structuren om alle documenten en plannen overzichtelijk te houden. Anders verlies je snel grip op het dossier.
Lokale omgevingsambtenaren komen zelden met projecten van deze schaal in aanraking. Dan helpt het enorm als je extra expertise kan inschakelen die snel structuur brengt en mee overzicht bewaart.”
Noord-Zuidverbinding: Mondeaan Han De Bock over lokale impact in een bovenlokaal mobiliteitsproject
Han: “Bijna elk project in Houthalen-Helchteren raakte op een of andere manier aan de Noord-Zuidverbinding. De technische uitwerking gebeurde bovenlokaal, maar als gemeente moet je wel bewaken dat alles lokaal werkbaar blijft. Daarom bekeken we letterlijk straat per straat wat de impact zou zijn. Dat ging veel verder dan alleen verplaatsingen per auto. Ook parkeerbeleid, openbaar vervoer, fietsverbindingen, circulatieplannen en leefbaarheid kwamen mee op tafel.
Ook tijdens de werken moet alles bereikbaar blijven. Dat gaat van woningen en scholen tot afvalophaling en fietsverbindingen. Daar kruipt enorm veel denkwerk in. We onderzochten bijvoorbeeld hoe we sluipverkeer konden beperken zonder woonwijken minder bereikbaar te maken. Daarbij probeerden we voortdurend het evenwicht te zoeken tussen doorstroming en leefbaarheid.
We vertrokken altijd vanuit het STOP-principe (Stappers – Trappers – Openbaar Vervoer – Privévervoer), waarbij voetgangers en fietsers eerst komen. Dat is belangrijk, want het gaat niet alleen over verkeer of infrastructuur. Het gaat ook over hoe mensen wonen, bewegen en leven. Externe ondersteuning brengt dan een nieuwe kijk binnen. Daarnaast helpt ervaring uit andere steden en projecten om sneller verbanden te leggen en oplossingen te vinden.”
Samen grip houden op complexe trajecten
Met de juiste expertise rond de tafel kan je als lokaal bestuur je rol sterker opnemen binnen projecten van deze schaal. Je bewaakt de lokale context, brengt de impact op inwoners in beeld en zorgt ervoor dat grote plannen ook werkbaar blijven in de praktijk.
De projecten rond de Oosterweelverbinding en de Noord-Zuidverbinding verschillen sterk van elkaar. Toch tonen beide projecten hetzelfde: lokale besturen blijven een bepalende partner, ook wanneer projecten bovenlokaal georganiseerd worden. Grote infrastructuurprojecten vragen tijd, samenwerking en overzicht. Ze vragen een aanpak waarin lokale kennis, technische expertise en procesmatige ondersteuning elkaar versterken.


