Search

Hallo, wij zijn MONDEA. Samen maken we publieke en social profit organisaties sterker.

Hoe gaan we te werk? Ontdek onze aanpak

Brede burgerparticipatie om gedragenheid te creëren   

Bij MONDEA gingen we afgelopen jaar aan de slag in heel wat participatietrajecten. We mixten en matchten met methodieken en diverse contexten. We trokken daaruit een aantal lessen. Geen wetenschappelijk onderzoek, maar een gezond buikgevoel dat traject na traject bevestiging krijgt. Deze staan haaks op de inzet van een volksraadpleging als participatiemiddel. Participatie-experten Ine Plovie, Joris Gallens, Dries Herseele en Nele Moortgat zetten ze op een rijtje.  

Welke lessen trekken we uit onze participatietrajecten? 

1. Vroegtijdig inzetten van participatie loont 

Door voldoende vroeg de deuren open te zetten voor inspraak, kan een project meteen op een positieve noot starten. De initiatiefnemer kan op die manier de eigen visie afchecken bij de stakeholders, en deze voelen zich ook meteen betrokken. Dat creëert een gedragen visie voor een project en dus een sterke basis om op verder te bouwen. Je participatieproces vormgeven doe je aan het begin van een project en niet ‘snel snel’ tussendoor. 

Participatie is nog veel te vaak iets dat er snel en laattijdig bij wordt gehaald, vaak omdat het verplicht is in de procedure of omdat het op één of andere manier werd afgedwongen. Op dat moment zijn er doorgaans niet voldoende middelen (budget, personeel, tijd, draagvlak…) beschikbaar om dit ten gronde uit te voeren.  

Door inwoners laattijdig in het proces te betrekken, wanneer bijvoorbeeld enkele belangrijke beslissingen reeds genomen zijn, zet je hen voor voldongen feiten. Dat kan een sfeer van schijnparticipatie creëren die je absoluut moet vermijden. 

Wanneer er mogelijke weerstand dreigt op te duiken is het belangrijk om te weten wat er achter de mogelijke weerstand zit. Een ‘nee’ op een project is soms een uiting van een andere ontevredenheid of wantrouwen (die soms zelfs niets te maken heeft met het project). Daarnaast helpt het vroeg peilen (bijv. door ad hoc interviews) naar de ‘mood’ over een bepaalde ingreep bij het vinden van een goeie communicatiestrategie. Door onmiddellijk in te spelen op het voorbehoud voorkom je al een deel van de weerstand. Je kan hier in de planvorming al onmiddellijk op anticiperen en een beter eerste plan voorleggen. In deze fase kan je ook peilen via buurtwerkers, outreachers, bekende burgers en zelfs collega’s die er wonen: wat leeft er in de buurt. De deur hoeft dus nog niet meteen volledig open maar op een kier.    

2. Bevraging als sterke kwantitatieve basis 

Starten vanuit een op data gedreven basis is steeds een goed idee. Ook al zegt ervaring dat bepaalde hypotheses juist zijn, er is steeds de mogelijkheid dat er bepaalde lokale nuances bestaan. Een zeer goed voorbeeld hiervan is de burgerbevraging die we in Kruibeke organiseerden in functie van een mogelijke fusie met Beveren en Zwijndrecht. We gingen ervan uit dat jonge mensen meer open zouden staan voor een fusie dan ouderen, maar het omgekeerde bleek juist te zijn.  

Een kwantitatieve basis geeft een project de nodige ruggensteun wanneer er weerstand komt. Weerstand is eigen aan participatie, het is daarom des te belangrijk om daarop voorbereid te zijn. Daarnaast kan een bevraging relatief eenvoudig representativiteit najagen, terwijl dat voor fysieke initiatieven nagenoeg onmogelijk is. Wat meteen het bruggetje maakt naar onze volgende les: 

3. Brede mix van methodieken zorgt voor hogere betrokkenheid 

Elke participatie methodiek heeft zowel voor- als nadelen en bereikt doorgaans een andere doelgroep. Zo zijn (jong)senioren en geëngageerde, mondige bewoners waarschijnlijke deelnemers aan fysieke sessies en worden online participatietools (bijvoorbeeld Citizenlab, Hoplr) eerder bevolkt door 30-plussers en jonge gezinnen met kinderen. Maar de kracht zit in de combinatie van de verschillende methodieken. Hoe meer je combineert, hoe meer verschillende doelgroepen het project zal betrekken en hoe meer het resultaat gedragen zal zijn.  

Deze les mag bovendien doorgetrokken worden naar de traditionele ‘klassikale’ vorm van participatie waarbij je burgers uitnodigt om samen na te denken over één of meerdere onderwerpen, doorgaans aan verschillende tafels in dezelfde ruimte. Deze blijft, indien correct aangepakt, heel erg waardevol. Maar aangevuld met initiatieven waarmee je bijvoorbeeld naar de burger gaat, in plaats van de burger naar jou te laten komen, nog veel sterker. 

Daarnaast is elke methodiek ook meer of minder geschikt voor de fase waarin je participatie inzet. Zo levert een bevraging meer input aan het begin van het traject en leent een infomarkt zich beter om een plan af te toetsen op een informele manier.  

4. Representativiteit loont 

Representativiteit verwijst naar de mate waarin jouw deelnemers of resultaten een afspiegeling zijn voor de brede bevolking of samenleving. Jongeren zijn systematisch ondervertegenwoordigd in participatieve initiatieven. En dat is een probleem, want zij zijn de grootste gebruikers van publieke ruimte indien de levensverwachting in rekening wordt genomen. Het zal geregeld de nodige creativiteit vragen, maar nadenken over hoe moeilijk bereikbare doelgroepen te bereiken bespaart heel wat moeite achteraf.  

5. Communicatie en participatie gaan hand in hand 

Inspraak zonder inzicht levert uitspraak zonder uitzicht.  

Communicatie en participatie gaan hand in hand. Sterker nog, zonder communicatie geen participatie. Goede, volledige, duidelijke en inclusieve communicatie ligt aan de basis van elk participatietraject. Daarna blijft het belangrijk om regelmatig terug te koppelen, zowel over het proces als over de inhoud. Ook achteraf blijft communicatie belangrijk, want een project dat niet grondig en transparant wordt teruggekoppeld kan meer schade toebrengen dan vaak gedacht wordt. Een 360° communicatieaanpak met een brede mix van offline en online kanalen werkt het best.  

6. Methodiek is geen doel op zich 

Flexibiliteit is een goede eigenschap bij het organiseren van participatietrajecten. Een goede voorbereiding kan veel opvangen maar zeker niet alles. Indien een methodiek niet werkt, om welke reden dan ook, dan blijft het belangrijk om input te verzamelen. Al is het op de aloude manier door deelnemers wat zaken op papier te laten neerpennen en achteraf te verwerken.  

Dat kan trouwens een sterke aanvulling zijn ongeacht of je methodiek werkt of niet. Er zullen regelmatig deelnemers zijn die zich niet durven uit te spreken. Deze mensen kunnen alsnog gehoord worden door hen een alternatief te bieden.  

Onze aanpak in de praktijk? Bekijk alvast enkele van onze cases:

Overzicht van het artikel
Nele Moortgat
Nele Moortgat

Bij MONDEA neemt Nele een dubbele rol op. Als team lead communicatie en participatie gaat ze aan de slag met vragen van klanten rond deze thema’s. Ze gaat op zoek naar het gepaste antwoord, de juiste Mondeaan en volgt de kwaliteit tijdens het project op. Daarnaast neemt ze ook de rol op van manager P&O.

Joris Gallens
Joris Gallens

Joris voelt zich als een vis in het water bij lokale besturen. Vanuit zijn rol als expert participatie werkt hij voornamelijk met communicatie- en participatiediensten. Hij levert zijn beste werk wanneer hij zijn enthousiasme kan overbrengen naar collega’s, diensten en inwoners. Samenwerken is het sleutelwoord in zijn carrière.

Binnenkort zelf aan de slag met participatie? Nood aan ondersteuning? Neem dan zeker contact op met Nele Moortgat via nele.moortgat@mondea.be of +32 486 76 66 89.

Deze nieuwsberichten vind je wellicht ook interessant